Concertverslag: Reba Russel Band
Datum: 11 juni, 2007
Auteur: Antoine Légat

Reba Russell Band in Banana Peel te Ruiselede op maandag 11 juni en CC De Steiger te Menen op donderdag 14 juni 2007. www.rebarussell.com

De kleine lettertjes lezen is een sport die menig muziekliefhebber graag bedrijft. Je leert de producers en de studio’s, de groeps- of sessiemuzikanten kennen, en plaat na plaat leg je links, verbanden, spot je de invloeden. Je ontdekt vriend- en vijandschappen. Het geeft je enig inzicht in de eeuwige va et vient van muzikanten, producers, labelmanagers, enzovoort. Dat was niet anders met de platen van U2. Eén van de strafste songs op Rattle And Hum van ’90 was When Love Comes To Town, waar de Ieren het samen met B.B. King deden, dan nog in de legendarische Sun Studios van Sam Phillips! De backing vocals hierop werden verzorgd door een zekere Reba Russell. Al kwam ze amper in het stuk voor (we kennen intussen de geschiedenis, in wezen een kwestie van toevallig op de goede plaats te zijn) toch viel de bijdrage genoeg op om even de aandacht gaande te houden. Een zwarte zangeres, daar was geen zweem van twijfel over! Maar de tijd verstrijkt, er gebeurde verder niks en andere dingen eisen de aandacht op. Toen er sprake was van een toer van de Reba Russell Band, was onze interesse gewekt. Het bleek toen dat Reba een…blanke was, een habitué van Beale Street en één der tenoren van de Memphis sound, de blues, R&B en soul zoals we die kennen van een Al Green (zonder de blazers) De passage in de Banana Peel in Ruiselede zullen we ons altijd herinneren als dé verrassing van het afgelopen seizoen. Het concert in de eivolle cafetaria van CC De Steiger in Menen moest daar nauwelijks voor onderdoen: natuurlijk niet zo ’n verrassing meer, maar het eindresultaat was hetzelfde. Ze zijn in die clubs véél gewoon op bluesgebied, maar de orkaan die ons toen trof vindt enkel zijns gelijke in Katrina, met dit onderscheid dat deze wervelwind ons dompelde in een bijzonder weldoende jacuzzi van stomende rock, soul, blues, gospel. Het geheim? Schitterend songmateriaal (eigen werk naast perfect uitgezochte covers), een geweldige band en een zangeres zoals er geen twee rondlopen (zuiverheid, volume, bereik, techniek, inleving, you name it, you got it)…Meer niet! Voeg daarbij, toch niet onbelangrijk, dat Reba en band leuke mensen zijn om mee om te gaan, die graag en met kennis van zaken maar heel bescheiden spreken over hun leven, hun muziek. Op een podium is de houding van erin te vliegen, take no prisoners. Daar lust de blues- en rockfan dus pap van. De band draait rond bassist en echtgenoot Wayne Russell (die een uitzonderlijk getalenteerd grafisch kunstenaar is: op de site vind je de prachtigste close ups, portretten en zichten, die alle met muziek te maken hebben!) Vast lid is keyboardspeler en harpist Robert ‘Nighthawk’ Tooms (die ons leuke dingen vertelde rond de oorsprong van het legendarische King Biscuit festival, nu ABHF, Arkansas Blues & Heritage Festival). Geen vast lid, maar wel vaak met hen op stap is drummer Doug McMinn, die je ook overal tegenkomt (zo was hij nog in BP met Mojo Buford), want afkomstig van de muzikale familie rond Papa Don McMinn, die Beale Street onveilig maakt, maar die met zowat iedereen van tel in de blueswereld samen speelde. Typerend is dat deze ervaren ratten er niet tegenop zagen om op stap te gaan met een piepjonge gitarist. Nu heeft Josh Roberts, amper 19, al wel zijn strepen elders verdiend, na goed geluisterd te hebben naar de drie Kings (B.B., Albert en Freddie dus) en vooral naar Eric Clapton, maar met hem overal mee te sleuren maken ze van het wonderkind een vaste waarde in de blues. Zo moet dat zijn: de lepe vossen die hun ervaring doorgeven aan de jonge wolven. En of Josh beseft welke kansen hem hier geboden worden! Het was alsof je de progressie kon horen in de drie dagen tussen BR en De Steiger…
Wat ook al positief opviel, is de actieradius van Reba en band. We bedoelen niet alleen de stijlen, maar ook de songkeuze. Natuurlijk waren er gelijkenissen tussen beide concerten, zoals dezelfde opzwepende finale, maar daarbuiten worden de songs zowat op het moment zelf uitgekozen, en elk concert is daardoor grondig verschillend. Ze schuwen het risico niet: in BP zong Reba een verzoekje, niets minder dan Piece Of My Heart van, jawel, Janis Joplin (duidelijk een rolmodel voor haar). Josh had die song duidelijk niet in de vingers, maar het gaat ook al improviserend. De laatste noten zong Reba zelfs zonder…micro, want dat kreng was uitgevallen. Gelegenheid om het stemvolume eens uit te testen! Iets gelijkaardigs met de ook al aangevraagde tweede bis Summertime van George & Ira Gerschwin (uit Porgy & Bess), dat ze a capella bracht. ,,If I forget the words, please help me’’, zei ze ongeveer, maar ze was ze niet vergeten en de bloedstollende uitvoering leverde haar een staande ovatie op. In BP beleed Reba haar liefde voor het repertoire van Willie Dixon. Spoonful en When The Lights Go Out (op cd in duet met Tracy Nelson) waren dan ook hoogtepunten. Hoewel, wat was niét een hoogtepunt? Ze leerde ons ook Delta Joe Sanders kennen via het hilarische One Track Mind en het van een puntige tekst voorziene, tot een groots epos uitgebouwde Chinaberry Tree. Sanders is voor Reba wat een Eric Kaz voor Bonnie Raitt was. Oei! De naam is gevallen! Inderdaad zijn er parallellen met grote Bonnie. We vragen ons trouwens af of die niets zou zien in Reba’s eigen Without Your Love, een ballad namelijk zoals Raitt ze graag bekt. Maar ik denk dat Reba liever refereert naar de bluesdiva’s van ,,voor de oorlog’’, in de eerste plaats Bessie Smith. Haar uitvoering van Electric Chair is méér dan zingen. Je proeft het genoegen van de veroordeelde, het genoegen waarmee ze haar beest van een vent heeft omgebracht! Ook William Lee Ellis weet ze te pluimen: Your Up Is Down toont nogmaals aan welk uitzonderlijk talent Ellis is (ze heeft ook een prachtige versie van zijn My Religion Too op haar laatste cd Rewound, een verzameling van songs uit drie oudere cd’s, Going On Strong, Buried Treasure en City Of The Blues) Het eigen materiaal misstaat niet, integendeel: naast Without Your Love hoorden we ook een geweldig Heaven Came To Helena (eigenlijk een ode aan het ABHF, dat in het kleine Helena doorgaat) Dat het niet meer botert tussen haar en haar ,,geliefkoosde’’ Memphis horen we in het sublieme, hoogst ironische Gonna Move To Mississippi (,,Nobody gives a damn about me in Tennessee’’)
Het is Reba die de touwtjes in handen houdt: she’s the boss! Dat bleek ook weer in Menen. De intro was weer voor Nighthawk, maar hij en Reba sneden in de aanvangsfase andere songs aan dan in Ruiselede. Part-Time Love gaf aan dat ook manlief Wayne een potige deun kan schrijven. In Toolbox Blues gaf RR de suggestieve (lees erotiserende) tekst de juiste interpretatie mee. Na vijf nummers had ze gewonnen spel. De rest was opnieuw een triomftocht met Willie Dixons onverslijtbare Wang Dang Doodle (All Night Long) dat het eerste deel afsloot. Sugar van Lowell Fulson kwam daar net voor en kreeg een verrukkelijk Little Feat boogie arrangement, ,,the closest thing to Lowell George in a long time’’, vertelden we Reba. Na de pauze ging het eens te meer van climax naar climax. We onthielden een dampend I’m Ready (Muddy Waters) waarin Josh een typische EC solo speelde. Na een doo wop uitstap met At Last (Love Came Along) piekte de band met Electric Chair, het heerlijk slepend-dreigende Chinaberry Tree en Tooms’ stampende Love Is All You Got, het trio van het voorgaande concert. De Steiger plat. Daar kon enkel nog Piece Of My Heart op volgen, dat Josh intussen al beter beheerste. Niet dat dat laatste een rol van belang speelde, want het ging hem hier om de zang. Ze ging nog dieper dan in de BP, leek het ons. De staande ovatie was dan geen verrassing meer, want van Janis blijf je af…Tenzij je Reba Russell heet. Reba Russell, onthou de naam, want ze is een héle grote in de blues…
Gemist? BluesWatch staat klaar: men liet verstaan dat het niet lang zal duren voor Reba nog eens langs komt scheuren. U staat voor een allerminst verscheurende keus!

AL (09 07 07)