Concertverslag: Tom Principato & Powerhouse
Datum: 28 april 2008
Auteur: Antoine Légat



Vol huis voor Tom Principato met afgeslankte Powerhouse (orgelist Tommy Lepson en percussionist Josh Howell) waren thuis gebleven. Het is niet de eerste maal, maar Tom pakte de Banana Peel vakkundig in met zijn Telecaster blues. De man is niet alleen razend snel op de zes snaren, maar weet ook door een grote afwisseling en gevoel voor entertainment het bluespubliek te behagen, zelfs als hij daarbij uitstapjes doet naar andere oorden dan New Orleans, de Delta of Chicago. Hij weet zich gebackt door een machtige ritmesectie, de sobere en secure Joe Wells op drums en bassist John Perry, een kolos van een vent, die zich met volle geestdrift op zijn heftig funky baspartijen stort en trouwens ook een aardig mondje kan zingen. Het werd die blauwe maandag eind april dan ook een concert om je lekker happy bij te voelen. Het stond luid, maar het geluid is sinds de verbouwingen altijd uitstekend…Het was ooit anders in deze bluestempel.
Als vanzelfsprekend was het optreden gebouwd rond de recentste cd Raisin’ The Roof en zo ging het concert van start met openingsnummer Lock And Key, waarin een creole queen met Marie Laveau allures ons meteen naar New Orleans meesleurde. Zo kregen we in het eerste deel o.a. Lies (van J.J. Cale) en 8 Counts For Rita van de grote soul jazz hammondspeler Jimmy Smith (1925-2005) waarin Tom met zijn niet aflatende staccato gitaarspel hele kudden kippen tevoorschijn toverde. I Hear You Knocking toonde dan weer de Dave Edmunds/Rockpile kant van Principato.
Sterk begin, echt iets voor de fijnproever, maar na de pauze zou het trio zijn duivels pas echt ontbinden. Het instrumentale Santana Claus (knappe titel!) uit de Not One Word cd etaleerde inderdaad Latin invloeden, maar bijzonder knap vonden we Standing At The Crossraods Again, dat klonk alsof Edmunds, Chuck Berry en Nick Lowe in één bandje aan het spelen waren. Dan wel samen met Danny Gatton, vriend, partner in crime van Tom en een gitarist buiten categorie zoals zijn enige optreden bewees op het BRBF te Peer in ’94, kort voor zijn veel te vroege dood. Gatton en Principato wonnen tal van prijzen met Blazing Telecasters (1984) De funk moest even wijken voor reggae van In The Middle Of The Night. ,,Reggae blues!’’ riep Principato uit. John Perry zingt knap in Crosstown Traffic, waar Tom verstandig een hele andere solo in werkt dan Jimi Hendrix. De schaduw van SRV hangt boven het begin van Mi Solea (denk aan Riviera Paradise) maar deze song van de laatste cd (maar ook terug te vinden op de al vermelde Not One Word) groeit uit tot een funky gitaristisch hoogtepunt.
Van dan af stormt het trio af op een stomende finale met een vrij lange maar zeer gesmaakte second line drum solo van Wells (,,He’s gonna be a daddy soon!’’) en het uit Guitar Gumbo, Toms tribute aan de R&B van New Orleans, gelichte Drinkin’ Wine Spo-dee-o-dee. Nog geen elven en daarom kunnen er nog wat bissen bij. Geen overschotjes want de funk spat inderdaad uit Too Damn Funky, de geest van Gatton waart doorheen het straffe Tango’d Up In The Blues (Guitar Gumbo) en afsluiter I’m Gone illustreerde een laatste keer met welk een heilig vuur deze mensen hun vak bedrijven.
Wie de man live wil meemaken, kan natuurlijk uitkijken naar een volgende toer. Tom wacht daar nooit lang mee, want welke bluesartiest speelt er niét graag voor het Europese luisterpubliek? Maar je kan ook grijpen naar de Anniversary DVD Celebrating 40 Years Of Roots Guitar Playing, waar je live opnames van 1976 tot 1998 kan zien, met Principato in de clinch met (uiteraard) Danny Gatton, Duke Robillard, Albert Lee, David Hidalgo, Little Jimmie King en Pete Kennedy (niets met die andere ‘partner in crimeJimmy Thackery) In 2008 is dat nog steeds van dattum!       Antoine Légat (04 05 08)