Concertverslag: Paul Lamb & The King Snakes
Datum: 7 september 2009
Auteur: Antoine Légat


Hoe kan je je werkingsjaar (niet minder dan het drieënveertigste!) beter beginnen dan met het optreden van iemand die met de club al zovele jaren een bijzondere binding heeft? Harpist Paul Lamb begon een kwarteeuw geleden het internationale luik van zijn loopbaan immers in deze Banana Peel in Ruiselede (men fluistert 1985) en in de jaren negentig was ie er meer dan eens in de club. Intussen is dat al bijna vijftien jaar geleden, hoog tijd dus om de banden weer aan te trekken. Natuurlijk is er in die tijd veel water naar zee gevloeid. De met The Kingsnakes geassocieerde Johnny Whitehill, supergitarist en Guy Thijs lookalike, die er al bij was van toen ze nog The Blues Burglars heetten, is niet meer van de partij. Zoon Ryan 'Junior' Lamb neemt nu die positie waar, maar cadeau heeft hij dat niet gekregen: de getalenteerde jongeman toonde in de BP ten voeten uit waarom hij de job kreeg en waarom hij door zovele bands gevraagd wordt. Nog een jongere, Mike Thorne, is de huidige rechttoe rechtaan drummer. Maar nog steeds zijn daar de sympathieke en boomlange Chad Strentz, zang en gitaar, en de minzame, goedlachse bassist Rod Demick, rots in de branding die sinds mensenheugnis bij Paul Lamb speelt.

Niets nieuws, zegt men dan. Deze band straalt inderdaad routine uit, maar dan gelukkig zonder routineus te zijn. Ondanks de haast driehonderd jaarlijkse concerten voel je deze mensen stràlen op het podium. Ze genieten mateloos van de groepsprestatie, van de prestaties van de medemuzikanten (ze moedigen mekaar aan zoals sportploegen dat doen), van het impact op het publiek. Organisator Franky Vandeginste kondigde Paul Lamb aan als ,,The Gentleman of the Blues'', maar je kan hem ook zien als de man van kasten vol awards. Dat geldt overigens ook voor andere groepsleden, en voor de band als geheel, indrukwekkend gewoon (zie www.paullamb.com) Lamb speelde met Sonny Terry, Buddy Guy, Junior Wells en Browny Mc Ghee om maar deze tot de verbeelding van alle rechtgeaarde bluesfans sprekende grootheden te vernoemen.

Maar eigenlijk ben je maar zo goed als je laatste optreden. Dat besef leeft bij deze bijzonder bescheiden en plichtsbewuste musici. Die nazomerse maandag was het heet geweest en de BP baadde dan ook in een zweterige atmosfeer. Het kon de band niet deren. Ze zetten Born To Lose in dat de meeste muziekliefhebbers zullen associëren met het ritme van La Grange van ZZ Top, altijd een spannende riff zoals de blues buffs weten. Halverwege komt Paul Lamb als een kingsnake op het kleine verhoog geslopen (de BP is een kleine club, nietwaar), waarna het boeltje meteen ontploft. Ook de riff van She's Crazy klinkt bekend in de oren. Rod Demick imiteert in een verstild middenstuk eventjes John Lee Hooker, waarna Lamb de song naar een climax blaast. Het is duidelijk dat de heren gekomen zijn met de intentie geen gevangenen te nemen!

Het sterke Money World is de eerste van een handvol songs uit Snakes & Ladders (2007), de laatste groeps-cd (dit jaar was er immers ook nog Playin' With The Blues van het duo Johnny Dickinson & Paul) Lamb etaleert voor het eerst, maar zeker niet het laatst de spectaculaire techniek die hij tot in de puntjes beheerst, harp spelen terwijl hij tussenin vocaliseert. Na de bandpresentatie nog een song uit Snakes & Ladders, Adopted Child, een machtige slow blues met een voor het genre zeer ongewone thematiek (adoptiekind wordt 21 en gaat op zoek naar zijn echte ouders) ,,I need to know my real name'', zingt Chad prangend, waarna Ryan een lange indringende solo speelt. Vader eindigt de song met heel lang aangehouden twee tonen, als een sirene, terwijl de band de song verder afwerkt.

In The Blues Had A Baby And They Named It Rock-'n-Roll mogen enkele bandleden om beurt een open doekje brengen aan de groten. ,,BB King said: ,,The blues got soul'' '' begint Paul waarna een hele rij groten dat bevestigen. We zijn er eentje vergeten, maar Big Bill Broonzy, Buddy Holly, Ray Charles, Otis Redding, Sam Cooke, Freddie King en Elvis Presley horen er alvast bij. Voor de pauze kregen we nog The Telephone Blues van Henry Roeland Byrd, beter bekend als Dr. Professor Longhair. Persoonlijk hadden we van dit nummer liever een typisch New Orleans second line uitvoering gehoord, maar we klagen uiteraard niet.

Vader kondigt meteen na de pauze If You Lose Your Money aan, zo fier als een gieter: het is namelijk een song geschreven samen met zijn zoon. Na het concert vertrouwt hij ons toe: ,,He's gonna go far, very far...They'll ask who is this older man playing the harp next to Ryan Lamb?'' Het speelplezier is voorbeeldig: als de band in een volgend nummer even koor zingt, hoor je op het podium over en weer shouten: ,,Mr. Paul Lamb & The Staple Singers!'' of ,,The Kinky Snakes!'' Aan het eind van het concert zegt Franky Vandeginste: ,,Paul Lamb & The Golden Gate Quartet!'' Zo gemoedelijk ging het eraan toe. Paul kan er ook niet van over dat de BP zijn concerten op maandag programmeert, een meesterlijke zet omdat bluesbands dan meestal vrij zijn na een druk weekend. Op toer kunnen die artiesten dan makkelijk in de programmering ingeschoven worden. Dat de meeste aanwezigen op dinsdag moeten werken en toch tot het einde blijven, dat vindt hij sterk. Maar, Paul, een Vlaming heeft nu eenmaal veel, héél veel over voor de blues.

Er komt een song van Paul & Ryan (Come On In), een instrumental, een shuffle. En dan is er nog een akoestisch intermezzo, Paul enkel met Chad. Paul zingt zelfs nog de eerste song. Ain't Gonna Be Treated This Way, Keys To The Highway en I Got A Woman vormen een set in de set. Traditioneel gaat Paul ook eens het zaaltje rond met de harp, maar de extra showelementen blijven heden ten dage achterwege. Dat wordt dan maar vervangen door een publieksparticatie, die we hier lekker niet verklappen. In het laatste lied zit een fragment van Folsom Prison Blues (I Shot A Man in Reno) van Johnny Cash verwerkt. Het is een mooie climax in een gave (rhythm &) bluesset.

De eerste bis is een dooddoener, zo platgespeeld als een slang op Highway 61, maar de band brengt het al zo lang dat zij dat mogen: Got My Mojo Working van Muddy Waters. Omdat de avondklok van elven dan nog niet bereikt is, mag en kan de band even doorspelen. We krijgen nog een jolig All Night Long, en daarmee mochten we de (gehele) nacht ingaan. Maar niet getreurd. Liefhebbers kunnen Paul Lamb & The Kingsnakes heel snel weer aan het werk zien, op vrijdag 18/9 in Les vendredis du boogie te Petite-Chapelle (Couvin, prov. Namen, aan de Franse grens) en dichterbij op vrijdag 25/9 in The Borderline te Diest.

Antoine Légat (09 09 09)