Concertverslag: Paul Oscher
Datum: 27augustus, 2007
Auteur: Antoine Légat

Paul Oscher solo in Banana Peel Ruiselede op maandag 27 augustus 2007.

De geschiedenis van Paul Oscher illustreert het beroemde adagium van the right man on the right place at the right time. Voor altijd blijft hij de eerste blanke die zich een plaats veroverde in een belangrijke zwarte bluesband. Veroveren is een zwaar woord als je het eigenlijk in de schoot geworpen krijgt, maar in Banana Peel liet hij, zovele jaren na de gloriedagen met zovele groten uit de blues, horen dat het toch een stuk minder toevallig was dan hij zelf laat uitschijnen. Hij heeft er enkel zijn stem, (slide) gitaar, een batterij mondharmonica’s van allerlei grootte en zijn persoonlijke ritmesectie, lees: footstompin’ met zijn pedes apostolorum, voor nodig. Hij kreeg zijn eerste harp op zijn twaalfde van een oom en niet veel later speelde Jimmy Johnson hem voor: ,,It blew my mind.I fell in love with the blues.’’ Hij keek wel op naar typische harp bands als de Harmonica Rascals, maar via bandleader Little Jimmy Mae en Otis Spann kwam hij nog steeds erg jong bij McKinley Morganfield alias Muddy Waters terecht. Met diens band speelde hij harp tussen 1967 en 1972, als opvolger voor o.a. Little Walter, Junior Wells en James Cotton. Hij gaf er goed zijn ogen en oren de kost. Daarna werd hij een geliefde sessiemuzikant, te horen op een ellenlange lijst van platen. Hij speelde ook in alle mogelijke verbanden. Je vindt namen als John Lee Hooker, T-Bone Walker, Jimmy Rogers, Louisiana Red, Johnny Copeland, Carrey Bell tot Keith Richards, Levon Helm en Eric Clapton toe (zie www.pauloscher.com !) Zoals wel vaker gebeurd is, gaf hij er op een bepaald moment in de eighties ontgoocheld de brui aan. Maar in 1992 kriebelde de blues mikrobe weer en vond hij zijn tweede adem. De slagschaduw van Muddy Waters hing heel zijn loopbaan over alles wat hij in de muziek deed. Tijdens het concert wordt het klaar dat Paul verliefd is op de blues in het algemeen…en op de mondharmonica die hem zijn plaatsje in de blueshandleidingen bezorgde. Zijn optreden was één lange ode aan bekende en minder bekende namen uit de hoogdagen van de blues, via keuze van covers en door de voorbeelden geïnspireerde eigen songs, via open doekjes, zijdelingse vermeldingen en anekdotes, teveel om hier allemaal te vermelden. Duke Ellington krijgt direct naar de pauze zijn hommage en hoorden we daar zelfs niks van…Miles Davis?! Hij boorde uiteraard zijn laatste en knappe cd’s aan, Living Alone With The Blues (2004) en Down In The Delta (2006) Uit die eerste o.a. Glory, Glory, waarna hij de high power dankte en stelde dat deep blues songs waarin blues en gospel mekaar dus ontmoeten zijn voorkeur wegdragen. Hij had ook een smeuïg verhaaltje bij waar hij zijn goeie vriend Rick Estrin alias Little Charlie van de Nightcats bij betrok. Dat het optreden in een flits voorbij was, had alles te maken met het onderhoudend karakter en de diversiteit van het optreden. Artistiek hoogtepunt waren ongetwijfeld de amper twee songs op de piano, eerbetoon aan de heren die hem de piano bijbrachten in de Waters periode, Otis Spann en Eddie Boyd. De manier waarop hij die laatste in Blues Before Sunrise interpreteerde, met die harde slagen in de lage toonladders, was ronduit adembenemend (je hoort het in deze versie op Alone… en breder georkestreerd op Down In The Delta) Het ludieke hoogtepunt was echter het bisnummer waarin Paul Oscher zich onder het publiek begaf. Hij bracht er voor een fraai ogende zwarte dame zijn harpsolo, terwijl zij sensueel danste. Heel lijfelijk, maar vol respect. Een prachtige opener voor dit werkingsjaar van de legendarische blues club! (Antoine Légat)
P.S. De dag ervoor zat hij in Gevarenwinkel – Herselt, maar we ontvingen daar geen echo’s van.