Concertverslag: Doug MacLeod
Datum: 24 maart 2008
Auteur: Michel Versées



Een bijzonder schitterende inval van de bestuurskring van Banana Peel om Paasmaandag te garneren met een even schitterend concert als zou blijken na afloop.
De oudste jazz- en bluesclub van België brengt ons Doug MacLeod, en ik ben blij dat ik hem nog eens levend en wel aan het werk kan zien. Hoewel hij nu helemaal grijs is uitgeslagen, is hij voor de rest nog geen haar veranderd. Een uitstekend performer als hij is, heeft hij in geen tijd alle toeschouwers voor zich ingenomen. Een grap, een grol, maar vooral de manier waarop hij zich tot het publiek richt maakt hem binnen de kortste keren tot de vriend des huizes. Zeker in een intimistisch kader als de Banana Peel springt de vonk meteen over op de toeschouwers/luisteraars. En dan is hij, ondanks zijn 63 jaren levenswijsheid, nog steeds de womanizer van weleer. Zijn nieuwe CD "Utrecht Sessions" heeft hij hier tijdens de korte pauze volledig uitverkocht. En heus niet alleen aan oude bluesknarren zoals ik. Wij kwamen zelfs tweedes, zoals dat heet. De twintigjarige jufjes waren er als de kipjes bij en Doug verkocht hen op uiterst innemende wijze zijn nieuwste product. Dat heet dat ik geen exemplaar heb kunnen bemachtigen, met als gevolg dat ik ze ook niet kan reviewen. Zo zie je maar Doug.
Het eerste nummer heb ik gemist. Door weersomstandigheden. Kleine sneeuwstorm tussen Brussel en Aalter. Doug introduceerde “Whose Truth, Whose Lies ?” van zijn gelijknamige CD uit 2000. ‘Especially politicians are heavy liars, and I know a particular one, who believes his own lies. And he’s our president to booth.” Hilariteit in de zaal, hoewel dit eigenlijk niet echt om te lachen is. In “My Love’s Grown Cold” geeft hij een virtuoos stukje slide-gitaar ten beste, op Spook. Spook is zijn onafscheidelijke reisgezel. Een gelakte National Delphi I, niet vernikkeld. Om zijn volk niet te verblinden. “Turkey Leg Woman” is een eerbetoon aan R.L.Burnside, en een sequel op diens “Skinny Woman”. Het draagt ook die trance-blues sfeer in zich. Hij vertelt een anecdote. Doug is een rasechte storyteller. Hoe hij met George Harmonica Smith, op diens frontporch, sigaretten rookte en shiner dronk, als zijn vrouw naar de kerk was. Want hij mocht niet roken en drinken. Daar werd ook de volgende song geboren “Horse with no Rider”. Via een verhaal over ons Breendonks’ gerstenat Duvel, en de enorme hangover, die hij eraan overhield, komt hij bij “The Devil is Beating His Wife”. Wij zeggen hier “ ’t Is kermis in d’helle” als de regenboog aan de einder staat. Met het mooie “The Plovin’ Mule” over de ezel die van zichzelf zegt dat hij niet veel kan, behalve ploegen, dat kan hij als de beste, eindigt Doug de eerste set.
Banana Peel zit vol. Een rariteit in de clubs de dag van vandaag. Net als twintig jaar geleden. Toen zat ik hier elke week. Er was ook niets anders hier te lande, om de dorst naar blues- en rootsmuziek te lessen. Dus was ik wel verplicht om heen en weer 200 km af te leggen om aan mijn trekken te komen. En net zo min als de mensen achter Banana Peel ben ik deze muziek beu. Volhouders winnen.
De tweede set wordt ingezet met “You Won’t Find Me”, een song geschoeid op beat van ‘Baby, Please Don’t Go’. Allemaal nummers van eigen gerief brengt Doug ons. En dat uit zijn laatste vijf CD’s. Eén uitzondering op de regel “The Sun Shine On Me” van Tampa Red. Ik ga niet alle hoogtepunten opnoemen. Deze gig kent niets anders. Alleen nog het speelse “That Ain’t Right” en ook deze nog; van hoe het voelt als men als verguisde hobo eindelijk ergens thuis is en gerespecteerd wordt als mens “Welcome in Your Home”.
Doug McLeod is een groot artiest. Magnifieke songteksten en prachtige composities op hoofdzakelijk slide- of bottleneck-gitaar. Een levende getuige van de zelfkanten van bluesworld, waar het niet altijd rozegeur en maneschijn is. Lees er maar zijn columns in Blues Revue op na. Human Interest is zijn grote boodschap.
Bedankt Doug en bedankt Banana Peel voor dit super interessant concert.

Dada
witteMVS