Concertverslag: CJ Chenier - donderdag 6 april 2006
Auteur: Antoine Légat

De story is genoegzaam bekend. Clayton Joseph is lid van de Chenier familie (niet uitspreken op zijn Frans, maar op zijn Engels!) die in de muziekgeschiedenis van Louisiana een vooraanstaande rol speelde en speelt. Denk aan Cliftons neef Joseph ‘Roscoe’ Chenier en diens vader Bud. CJ’s vader Clifton was de onbetwiste koning van de zydeco, de zwarte variant van de cajun, de eerste Creool die een Grammy ontving. Dat CJ de muziek zou ingaan, stond in de sterren geschreven, maar dat zou voor de jonge pianist en tenor saxofonist soul of jazz worden. Kool & The Gang en Earth, Wind & Fire waren zijn helden. Hij kende niet eens vaders muziek. Pas op zijn 21e ontdekte CJ de accordeon van zijn vader. Die nam hem immers op in zijn gereputeerde Red Hot Louisiana Band en leerde hem de knepen van het vak. Toen Clifton in ’87 overleed was CJ Chenier klaar om de fakkel over te nemen. Hij was van plan zijn eigen stijl te ontwikkelen, meer aangepast aan de eigen tijd en background. Dat sloeg aan, niet in het minst dank zij vaders band. Al snel, in ’90, kwam een eerste bekroning in de vorm van de deelname aan Rhythm Of The Saints van Paul Simon. CJ, in het dagelijkse leven de rust en de bescheidenheid zelf, ontbindt graag zijn duivels op toneel in een repertoire dat een mengeling is van eigen songs, enkele goed gekozen nummers van zijn vader en het werk van anderen. Daarin gaat hij zeer breed: op zijn laatste cd Desperate Kingdom Of Love vind je songs van Hank Williams, P.J. Harvey en Van Morrison. Ook in ons land trad CJ al vaak aan, maar waar hij in de States met zijn ‘moderne’ zydeco een jong publiek aantrekt dat van vader Chenier nog nooit hoorde, is de zydeco bij ons zowat gestorven met Clifton, zoals de reggae met Marley. Is er voor dat laatste een heel nieuw segment opgestaan, dan moest je niet verwonderd staan dat de Banana Peel op 6 april relatief (zeer) weinig jonge mensen over de vloer kreeg. Dat was bijzonder spijtig, vooral omdat de band met het vrij klassieke repertoire zo’n leuke dingen deed: Big Mamou, Just Like A Woman, Zydeco Boogaloo, Jamabalaya, Josephine, You Don’t Call Me Daddy Anymore, Got My Eyes On You, My Toot Toot en I Got a Woman, om maar die te noemen. CJ, zelf op Baldoni klavieraccordeon, had inderdaad een nieuwe, zuiver functionele, maar potente versie van de RHLB mee, met Timothy Betts op gitaar (tijdens de pauze vroegen we ’t hem: ,,Ja, ik ben de neef van Allman Brothers’ Forrest Richard ‘Dickey’ Betts! Maar ik heb slechts één maal met hem samen gespeeld, in San Diego, drie jaar geleden, een grootse ervaring. Dat ik naar Phoenix, Arizona ben verhuisd, had trouwens alles te maken met mijn familie: ze kunnen niet ver genoeg zijn!’’ – Tim speelt op de befaamde handgemaakte Ziongitaar, die enorme verkoopscijfers boekt in Japan en nu ook…China!), Dave Griffin (bas), Thomas Lawrence (drums) en James Alfred (washoard en backing vocals) Het beste moest nog komen. Enkele songs ver in het tweede deel verraste CJ met een brok pure zydeco, enkel begeleid door drums en washboard: meezinger Bye Bye My Baby’s Gone zette iedereen aan tot allons danser le zydeco. Al was er geen plaats, er werd in de hoofden wellicht uitzinnig gedanst! Klassiekers als Bon ton roulet (of Laissez les bon temps rouler: veel van die songs hebben geen vaste titels!), het titelnummer van CJ’s eerste cd (’88), My Baby Don’t Wear No Shoes en She’s My Woman brachten de BP op het kookpunt. Het elfde uur naderde vervaarlijk, tijd voor de avondklok bij de BP, dat problemen heeft met de Verschrikkelijke Buurman, maar toch speelde de band op ieders verzoek nog even door. Caledonia spatte eruit en CJ verkoos in schoonheid te eindigen met de énige song van zijn pa die hij als jongen kende: Hot Rod. Als zydeco gelijk staat aan fun, dan was dit zydeco. Dat we daarna nog een halve nacht met de band zijn uit geweest en dat we, gluiperds als we zijn, nog werden ingewijd in enkele geheimen van Louisiana, gaat u verder geen z… aan. Maar ook daar betoonde CJ zich de matigheid zelve. Vent naar ons hart. (24 04 06)

Concertverslag: CJ Chenier
Datum: 6 april 2006
Auteur: Steven Devos


Banana Peel lééft, dat is wel duidelijk.  Het voorjaarsprogramma van deze bluesclub is rijkelijk gevuld met een heel divers programma.  Voor elk wat wils pleegt men wel eens te zeggen.  De hoofdmoot in de programmatie is uiteraard de blues maar af en toe wordt er al eens een uitstapje gemaakt naar een verwant genre.

Deze avond kunnen we op verkenning in de zydeco.  Onze gidsen voor vanavond zijn C.J. Chenier & His Red Hot Louisiana Band. Zydeco is een mengelmoes van diverse invloeden.  De hoofdingrediënten zijn echter wel blues en soul, hetgeen verklaart waarom deze uiterst dansbare muziek zo populair is bij de zwarte bevolking.  De stijl kent zijn bakermat in de Mississippi-gebieden van Louisiana waar ook wel eens Frans wordt gesproken.Enkele pioniers van het genre zijn Arnadé Ardoin, Iry LeJeune, Nathan Abshire en Clifton Chenier.  Deze laatste is, jawel, de vader van C.J. Chenier.  De genoemde pioniers waren stuk voor stuk klassemuzikanten die de zydeco grootbrachten maar Clifton Chenier zorgde uiteindelijk voor de populariteit van de stijl.  Hij wordt wel eens de koning van de zydeco genoemd.

C.J. Chenier krijgt dan ook een zware muzikale erfenis te torsen.  Hij is altijd de zoon vàn.  Op jonge leeftijd ziet hij zijn vader zelden gezien die steeds op tournee is.  C.J. heeft zijn eigen band maar verkent andere paden dan die van zijn pa. In 1978 wordt hij door zijn vader gevraagd saxofoon te spelen in de Red Hot Louisiana Band.  Enkele jaren later wordt zijn vader ziek en neemt hij het accordeon over.  Sedert het overlijden van Clifton eind 1987 neemt zoon C.J. de fakkel definitief over.
Hij weet zich te bewijzen als een volwaardige vertolker van de zydeco.  Paul Simon is danig onder de indruk dat hij zijn medewerking vraagt op één van zijn albums.  Een ander wapenfeit is het memorabele concert op het Chicago Blues Festival in 1996 waar hij 60 000 mensen aan het dansen krijgt.

We zijn dan ook maar wat blij dat we deze avond een kaartje konden bemachtigen op de zydeco-trein.  C.J. wordt omringd door James Alfred (wasbord), Daniel G. Griffin (bas), Timothy Betts (gitaar) en Thomas Lawrence (drums). De vier openen de show instrumentaal op het gebruikelijke uur.  De sfeer is nog wat kil voor het genre maar buiten is het dat al evenzeer.  Na enkele nummers wordt C.J. Chenier onder luid applaus verwelkomd. De impossante muzikant verkiest de zydeco-klassieker Goin’ Back To Big Mabulo als opener.  Vervolgens komt het R&B-nummer Just Like A Woman en het soul-getinte I’m Comin’ Home aan bod.  De dieselmotor raakt intussen stilaan wat opgewarmd en de echt ritmische zydeco-nummers dienen zich aan. Af en toe wordt nog eens gas teruggenomen met een slowblues als Something Wrong om daarna weer voluit te gaan op I Got My Eyes On You en Don’t Mess With My Tutu.  Zonder het te beseffen is het einde van de eerst set al een feit. De invloeden in het repertoire van onze gasten zijn ruim.  De diverse tempo-wisselingen maken het geheel aantrekkelijk.

In de tweede set gaan Chenier en zijn maats op hun elan verder.  Het ritme gaat de hoogte in en hier en daar kunnen de toeschouwers zich nog moeilijk bedwingen om stil te blijven staan.  Bullet Woman, No Shoes Zydeco en het iets stevigere Crazy About You Woman zijn maar enkele nummers die daartoe bijdragen.
Tijdens het feestgedruis beweegt onze hoofdgast zich ook even tussen de toeschouwers hetgeen duidelijk geapprecieerd wordt. Eens de wijzers van de klok elf uur aanwijzen komt huisvader Franky het podium op en laat het publiek beslissen of er nog wat meer mag volgen.  We worden meteen getrakteerd op nog eens ruim een kwartier zydeco-feest.