Concertverslag: Lollo Meier Trio
Datum: 21 januari, 2008
Auteur: Antoine Légat


Wie zigeuner of swing jazz zegt, zegt Jean Baptiste ‘Django’ Reinhardt. Zijn bijdrage aan de muziek van de twintigste eeuw (en pak er maar al de éénentwintigste bij) kan niet overschat worden. De manouche of Sinto met het Belgische paspoort (voor de rest heeft dat geen sikkepit belang, want zigeuners zijn, zoals alle nomaden, de éérste kosmopolieten van deze aardbol en de eenmaking van Europa vér voorop) was, ondanks zijn hand-icap, gevolg van een woonwagenbrand, ongeëvenaard in zijn tijd. Toen daar nog eens die wonderlijke violist Stéphane Grappelli bijkwam en het Quintette du Hot Club de France tot stand kwam, stond er geen maat meer op. Zozeer dat voor de Amerikanen de énige substantiële Europese bijdrage tot de vroege jazz Django heette. Het lokte nogal wat Americans in Paris, nietwaar, Sydney Bechet?

Django is al lang dood, Stéphane zong het heel wat langer uit. De muziek leeft: er zijn de partituren en de platen. In de 78T collectie van mijn eigen vader zat er nogal wat swing jazz. Het is de muziek van mijn jeugd, samen met die van Edith Piaf, Tohama, Yves Montand, Charles Trenet, Glenn Miller, Marika Rökk (,,Oh mein Papa da’s war ein wunderschöner Man’’), de Andrews Sisters en de…koekoekswals. Er zijn er die de nalatenschap van Django met zorg omringen. Onze Koen De Cauter hoort daartoe (denk aan Waso met Fapy Lafertin en Vivi Limberger) Ook Jokke Scheurs is een waardig adept. De grote Philip Cathérine was zeer zeker ook beïnvloed door Django. Er zijn ook een massa kloefkappers, maar over die zullen we het niet hebben.

Elk jaar, sinds 1995, is er Djangofollies, een initiatief van…Koen, overgenomen door Brosella (en wie Brosella zegt, zegt Henri Vandenberghe) Da’s niet toevallig in deze maand, want Django werd geboren op 23 januari 1910 (in Liberchies, Pont-à-Celles, Henegouwen; het eerste deel van zijn leven bracht hij wel door in de buurt van Parijs) Dit jaar was het Lollo Meier Quartet één van de invités. Tussen de vier concerten voor Djangofollies in, wist programmator Franky Van de Ginste uit hoofde van de Banana Peel het kwartet te strikken voor een optreden. Moesten ze maar die maandag niet vrij geweest zijn! Ondanks de toevoeging ,,Jazz & Blues Club’’ is de BP de laatste decennia toch niet zo vaak het decor geweest van jazz, maar Franky brengt daar zachtjesaan verandering in (binnenkort, 25/02, recidiveert jazz pianiste Amina Figarova er!)

Het is een voorrecht Lollo Meier, gipsy met Nederlands paspoort, aan het werk te zien. Dat dachten duidelijk ook zijn drie begeleiders van over het Kanaal. Meier is een onvoorstelbaar virtuoze gitarist zoals je die alleen in zigeunerkringen kan aantreffen. De man IS gitaar en speelt ongetwijfeld de hele dag, zoniet op het podium dan wel als lesgever, of gewoon aan tafel tussen de soep en de patatten, en nog ergens voor het dessert. Een fantastische klinkerhand die de akkoorden aaneenrijgt, maar, zoals een leerling van hem, Paul Prévoo, stelt, een al even fantastische rechterhand die de muziek een ongelofelijke drive geeft.

Want swing jazz is ritme, moet swingen. Vandaar dat ook de slaggitarist van zo’n enorm belang is in deze muziek. De Schot Dave Kelbie is zo iemand. Hij is voor Lollo wat Joseph Reinhardt en Roger Chaput waren voor Django. Kelbie weet bovendien in zijn compacte commentaren zijn baas goed te situeren (want Lollo zelf zwijgt en speelt) en presenteert het allemaal met flegmatieke Britse humor: als de gitaren ontstemd raken is het van ,,they’re not used to wet weather conditions…coming from England’’. Het nieuwste lid is violist Andy Aitchison, naar verluidt kenner van Griekse en Armeense muziek en blijkbaar nog niet zo lang bezig met zigeunerjazz, maar bezit hij nog niet de zwier van Grappelli, zijn inzet en inleving zijn voorbeeldig. Contrabassist Andy Crowdy deed lang zijn best om niet te veel op te vallen, maar gaandeweg dwongen zijn medewerkers hem solistisch uit de hoek te komen, en dan hoorden we bijzonder fraaie basloopjes, die af en toe deden denken aan de grote Danny Thompson. Al kon Kelbie er zich niet van weerhouden om toe te voegen dat ,,zijn bas beroemder is dan hemzelf: ze behoorde nog toe aan het orkest van Duke Ellington in de vroege jaren vijftig’’. Van je vrienden moet je het hebben!

Het zou al fijn geweest zijn, als Lollo ‘zomaar’ uitmuntend gitaar speelde. Dan hadden we volstaan met de mooie versies van Django klassiekers als Nuages, Minor Swing, Swing de Paris en Dinette (voorzien van leuke anekdote), die we nu te horen kregen. En ook die énige uitstap buiten de swing jazz in de vorm van Libertango van Astor Pantaleon Piazzolla (wat men beter kent als I’ve Seen That Face Before door Grace Jones) namen we er dan graag bij. ,,Tango…the music we REALLY love’’ voegde Kelbie er droogweg aan toe.

Maar Lollo Meier is ook componist in de stijl van Django, en dan nog een bijzonder begaafde, vinden we: Pepe’s Dream en Melody For ‘Le Quecumbar’, waarmee hij van wal stak, lieten dat al meteen horen. Hij diepte vele songs op uit Rosas, de cd die het kwintet maakte met die andere schitterende gipsy muzikant uit onze streken, Tcha Limberger: I Love You, Rosas (ode aan een plek in Spanje, waar Lollo graag verblijft), Some Of These Days. Ook uit Hondarribia (gemaakt met klarinettist André Donni) citeerde hij gretig: naast Nuages en Minor Swing, ook nog Daphne, China Boy en Lentement Mademoiselle.

De eenheidsfactor in dit diverse materiaal is dat de man altijd op dezelfde manier te werk gaat: alles is melodie. Dat bleek nog eens schitterend in Valse à Lollo, één van de vele hoogtepunten in dit concert, dat vele bluesliefhebbers verrast heeft (vandaar drie bisnummers) Ook buiten de blues zijn er lieden die verbluffende muziek weten te maken! Tot meerdere eer en glorie van Django.

Antoine Légat (30 01 08)